Agile onderwijs

In “De Tijd” van 7 januari j.l. lees ik “De ING-bankier doet het voortaan zonder baas”; het is een schitterend geschreven artikel van Pieter Suy. Het trekt meteen mijn aandacht en bij het doorlezen maak ik gedachtensprongen naar het onderwijs.

Wat zou het betekenen voor scholen als zij zich totaal vernieuwend zouden gaan organiseren?
Mag ik u uitnodigen op deze gedachtenreis?

Het “wendbare werken” houdt in dat beslissingen veel sneller worden genomen, van binnenuit, met een pak minder ‘chefs’ en meer verantwoordelijkheden bij de leraren. Om leraren én schoolbeleid gelukkiger te laten worden gaan teams aan de slag in kleinere ‘squads’, ‘tribes’ en ‘chapters’, die van binnenuit door de leraren worden aangestuurd. Net als bij hippe techbedrijven, zoals de streamingdienst Spotify, wordt ‘agile’ of wendbaar werken de norm.
Leraren zetten zich agile in voor groepjes van leerlingen of via de nieuwste technologieën als leerlingen thuis werken. Want ook dat is agile onderwijs; niet iedereen is altijd op school. Vaak werken leerlingen ook in projectjes en komen zij daarvoor samen bij iemand thuis of hebben zij conference learning calls via het internet met elkaar.

Dit zou ook voor het onderwijs een heuse omwenteling worden, maar niet onmogelijk denk ik. Als ING deze manier van werken al invoerde in 2015 voor 2.800 personeelsleden van haar Nederlandse tak en als ze dat nu opnieuw kan in België sinds 2 januari van dit jaar voor 2.000 personeelsleden, dan moet het ook mogelijk zijn om leraren op een meer wendbare manier te laten functioneren. Uiteraard is er een “ground zero” nodig, lees het Ministerie van Onderwijs met enkele ‘chapters’. Hiertoe zouden de koepels in Vlaanderen kunnen gerekend worden. Tussen de chapters is er volledige transparantie; elk behoudt zijn eigen waarden en wordt vanuit ‘ground zero’ gecoacht in het coachen van de tribes naar zelfsturing. Nieuwe ideeën van leraren worden kleinschalig (in hun squad) in de schoolpraktijk gebracht en bijgestuurd in functie van de aanwezige schoolcultuur. Schoolsquads die met gelijkaardige projecten bezig zijn worden op hun beurt gegroepeerd in tribes, van waaruit het nieuwe schoolbeleid verder groeit.

Hoe leraren in die kleinere teams hun werk organiseren zal door ‘ground zero’ en de chapters niet ingevuld worden, maar zoveel mogelijk door de squads zelf worden georganiseerd en afgesproken. Het is ook niet de directeur of schoolleider die over alles zijn zegje zal hebben. Hij fasciliteert vanuit de waarden en normen van de chapter. Op die manier zullen schoolleiders ontstaan die hedendaags en vernieuwend communiceren. Het aantal directeurs zal eveneens dalen, doordat de klassie hiërarchie verdwijnt; idem dito zals in Amsterdam bij ING het aantal managers daalde van 200 naar 13.
Ook op financieel en administratief-juridisch vlak zullen kleine tribes zelfsturend zijn binnen aangegeven normen van ‘ground zero’.

Opleiding en nascholing gebeuren door benchmarking, door leraren gegeven webinars en on-line getuigenissen van leerlingen en filmpjes. Want daar is het toch uiteindelijk om te doen? Dat onze leerlingen gelukkiger worden, meer leergierigheid creëren en zelf leerinitiatieven nemen zodat leraren eerder coaches worden dan leerkrachten.

Scholen worden hippe ontmoetingsplaatsen; oude schoolgebouwen worden gesloopt en maken ruimte voor moderne architecturale vormen die telkens opnieuw ‘start-up’ gevoel opwekken bij leraren én bij leerlingen.

Uiteraard is in dit soort wendbare school communicatie én feedback een basisvoorwaarden om te kunnen functioneren. Elke ochtend dienen leden van een squad een kwartiertje samen te komen om elkaar feedback te geven en de prioriteiten voor de rest van de dag te bespreken. Leraren moeten elk ogenblik van de dag op de hoogte zijn van wat nodig is en daar dienen ze zelf, niet in het minst, naar te informeren.
Agile organisaties en lees dus ook scholen, leggen maandelijks resultaten voor aan de tribes en dat op verschillende vlakken. Op die manier kan snel ingespeeld worden op ontwikkelingen die leerlingen en/of leraren ongelukkig maken.

Leraren kunnen binnen het onderwijs ook sneller intern solliciteren, wanneer ze dichter bij huis willen werken, wanneer ze met de nieuwste technologieën aan de slag willen, als ze inititatieven willen ondersteunen die aansluiten bij hun interesses, enz. Belangrijk is dat leraren leren duidelijk te communiceren waarom ze bepaalde richtingen willen inslaan. Dat betekent meer pro-actief nadenken of anders ageren zodat nieuwe ervaringen kunnen ontstaan.

Geleidelijkheid zou niet lukken, volgens woordvoerster Denise Verburg in “De Tijd”. Ik citeer: “In een eerste pilootproject werkten we met slechts enkele squads. Maar die raakten na verloop van tijd gefrustreerd omdat ze soms drie weken moesten wachten op een handtekening van een ander departement. Toen we dat zagen, beseften we: iedereen moet mee in bad.”
Een hele uitdaging voor onze toekomstige minister van onderwijs.

Denk ik nu een brug te ver of… hoe denken jullie hier over? Zijn er scholen die ervaring hebben opgedaan met drastische omwentelingen? Ik verneem graag jullie verhaal. Je bent uitgenodigd.

Share This